HET BEGIN

Het begin van het Nederlandse werk aan kleinere vlinders gaat terug naar de 19e eeuw. Historische personen als H.W. de Graaf, F.J.M. Heylaerts en P.C.T. Snellen richtten zich binnen hun entomologische interesses steeds vaker op kleine motten, hetgeen in 1882 resulteerde in het boek van Snellen: "De Vlinders van Nederland. Microlepidoptera, systematisch beschreven".

Heylaerts en Snellen waren de voorlopers uit die tijd. Beide heren beschreven vele tientallen soorten vlinders als nieuw voor de wetenschap, hoofdzakelijk afkomstig uit het koloniaal Indisch gebied. Heylaerts specialiseerde zich in zakdragers (Psychidae) en Snellen had een grote voorliefde voor pyraliden (Crambidae).

Je zou verwachten dat na deze pioniersperiode de belangstelling voor kleine vlinders sterk zou toenemen, maar het tegendeel bleek waar. Na jaren van stilte ontstond pas in de 20e eeuw een nieuwe groep die zich wendde tot al die kleine vlinders, hoofdzakelijk gevormd door L. Vári, C. Doets, G.A. Bentinck en A. Diakonoff.
De sectie Snellen is vernoemd naar één van de grondleggers van het onderzoek naar kleine vlinders of microvlinders in Nederland: Pieter Snellen.


Bentinck en Doets hielden zich vooral bezig met de Nederlandse fauna. Diakonoff wierp zich op als wereldspecialist van bladrollers (Tortricidae) en Vári "deed" van alles wat, maar zijn interesse lag vooral bij de Afrikaanse microvlinders. Bentinck vond een goede samenwerking met Diakonoff, hetgeen resulteerde in het eerste boek specifiek over de Nederlandse microvlinders sinds het boek van Snellen. Het boek beperkte zich tot de bladrollers: "De Nederlandse Bladrollers", verscheen in 1968. Na deze publicatie en activiteiten van deze periode is de belangstelling voor micro's gestaag toegenomen en kwamen er steeds meer geïnteresseerden.

OPRICHTING SECTIE SNELLEN

In de jaren 70 en 80 van de vorige eeuw kreeg het werk aan de Nederlandse micro's een nieuwe impuls. H. Huisman en J.H. Kuchlein werkten nauw samen en in 1981 werd telefonisch besloten een nieuwe sectie binnen de Nederlandse Entomologische Vereniging op te richten om de kennis in Nederland bijeen te brengen en initiatieven te bundelen. De groep bleef in het begin tamelijk klein en er was daarom geen aanleiding om een bestuur op te richten. Huisman en Kuchlein verdeelden de taken en wisselden wel eens van voorzitter. Bijeenkomsten werden in een vergaderruimte van de Universiteit Wageningen (toen: Landbouwhogeschool Wageningen) georganiseerd. Er heerste een informatieve, gezellige en ongedwongen sfeer.

Kopstukken binnen de sectie schreven gezamenlijk mee aan het boek van "De Kleine Vlinders", in 1993 door Kuchlein en Donner gepubliceerd. Er werd fanatiek met waarnemingslijsten gewerkt. Wat door de één niet op naam kon worden gebracht daar wist de ander wel raad mee. Er werd vooral op gewezen dat een specialisatie belangrijk was, om de taken voor het faunistisch werk te kunnen verdelen. Je kan niet "alles" weten, en toentertijd was het nog lastiger omdat er weinig (volledige) bronnen waren om alle soorten zorgvuldig mee op naam te brengen. Het kostte gewoonweg ook veel tijd. B. van Aartsen specialiseerde zich in wilgenroosjesmotten en langsprietmotten (Momphidae; Adelidae), E.J. van Nieukerken in dwergmineermotten en langsprietmotten (Nepticulidae; Adelidae), H.W. van der Wolf in kokermotten (Coleophoridae), C. Gielis in vedermotten en waaiermotten (Pterophoridae, Alucitidae), G.R. Langohr in oermotten (Micropterigidae), J.B. Wolschrijn in palpmotten (Gelechiidae), Kuchlein in licht- en grasmotten (Pyraloidea) en Huisman koos een breed spectrum. Ook B.J. Lempke (trekvlinders), J. Asselbergs (pyralidae),
A. Cox, K. Nieuwland, J.C. Koster (prachtmotten e.a., Cosmopterigidae en Momphidae) en J. Lucas hebben zich zeer verdienstelijk opgesteld.

In de jaren 90, na de publicatie van De Kleine Vlinders, groeide de sectie uit tot wat wij nu kennen. Bijeenkomsten werden georganiseerd in partycentrum De Vijf Hoeven te Lexmond en goed bezocht. Er kwamen activiteiten bij als de jaarlijkse excursie, in samenwerking met de sectie Ter Haar, en het blaadje Franje kreeg steeds meer vaste vorm. In 2006 vierde Snellen haar 25 jarige jubileum. De sectie kent tegenwoordig ongeveer tachtig leden uit binnen- en buitenland en het huidige onderkomen is het Natuurcentrum te Amersfoort, wat nog steeds tweemaal per jaar hét platform is om kennis over de kleine vlinders van Nederland uit te wisselen.


Viering van het 25 jarige jubileum met de oprichters: Huisman (links) en Kuchlein (midden).




HISTORISCHE FOTO'S

Verzoek om oude foto's in te zenden
naar het bestuur: snellen@nev.nl
Home | Contact | © Afdeling Snellen van de Nederlandse Entomologische Vereniging.